JEZELF ZIJN

Het authentieke zelf heeft vele gezichten

<br />
<b>Notice</b>:  Undefined variable: column in <b>/home/zelfkennis/domains/zelfkennis.nl/public_html/wp-content/themes/roosvonk/page-templates/sub_image.php</b> on line <b>6</b><br />
Roos Vonk*
 
Vroeger kon je als leidinggevende gewoon tegen mensen zeggen wat ze moesten doen; je was de baas en daarmee basta. Nu moet je meer in huis hebben om je medewerkers mee te krijgen. Vroeger had je veel klanten als je een goed product verkocht. Nu verkoopt iedereen goede producten en heb je iets extra's nodig om klanten aan je te binden en impact te maken. Dat extra's lijkt te zitten in vage psychologische variabelen als 'authenticiteit'. In de jaren zestig en zeventig noemden we het "jezelf zijn". Na de hectische jacht op carrière en geld in de jaren negentig, hebben we weer behoefte aan 'echtheid' – of dat nu gaat om voedsel (authentieke koekjes volgens grootmoeders recept), meubilair (authentiek oud hout) of mensen. Authentiek is in. Je kunt er je ego mee redden als mensen je niet zien zitten. "Ik was in elk geval mezelf", zeg je na een afwijzing – suggererend dat een ander zich beter voordoet dan hij is.

Maar wat betekent het dan om niet jezelf te zijn? Als we zeggen dat we niet onszelf zijn, bedoelen we vaak dat we iets verkeerd hebben gedaan. "Sorry, ik was niet mezelf". Daarmee zeg je dat je echte zelf heus wel deugdelijk is. Maar in feite is alles wat we doen een uiting van ons zelf. We laten in verschillende situaties verschillende kanten van onszelf zien. Bij je schoonfamilie gedraag je je anders dan met je collega's in het café; bij je geliefde laat je andere kanten van jezelf zien dan in een vergadering; en als je snibbig wordt wanneer je moe bent zegt dat ook iets over je. Wanneer ben je dan wel of niet 'jezelf'? Volgens psychologen hebben we een heleboel 'zelven': ik-als-partner, ik-als-ouder, ik-als- professional, ik-als-collega, enzovoort. Je kunt niet zeggen dat het ene zelf echter is dan het andere. Mensen zeggen wel eens dat ze alleen bij intimi zichzelf zijn. Ze laten daar meer hun zachte, kwetsbare kant zien. Op hun werk zijn ze waarschijnlijk zakelijker en stoerder. Maar het feit dat je in die situatie een andere kant van jezelf laat zien, en hoe je dat doet, zegt ook weer iets over je.

Een verdere complicatie is dat het gedrag van mensen het zelf beïnvloedt. Als je maar vaak genoeg zielig en afhankelijk doet omdat je daardoor hulp van anderen krijgt, dan wórd je ook zo. Mensen kunnen helemaal vergroeien met bepaalde strategische zelfpresentaties. Ook blijkt dat mensen die met subtiele beïnvloedingstrucs worden verleid om bijvoorbeeld geld te geven aan een goed doel, zichzelf daardoor gaan zien als altruïstisch.

Het zelf is kennelijk flexibel. In het sociale verkeer is dat heel nuttig. Wat hebben we dan om op te varen als we authentiek willen zijn? Het betekent in elk geval niet dat je je altijd op dezelfde manier gedraagt, wat er ook gebeurt. Dat noemen we eerder een 'bord voor je kop hebben'. Om authentiek te zijn moet je niet alleen naar 'de stem van binnen' luisteren, maar juist ook contact maken met de omgeving. Toen Balkenende in de Tweede Kamer riep dat we terug moeten naar de VOC-mentaliteit, was hij niet authentiek. Als hij contact had gemaakt met de sfeer in de Kamer die dag, had zijn authentieke zelf hem direct verteld dat die vooraf bedachte kreet op dat moment niet congruent was.

Het kan dus heel authentiek zijn je aan te passen aan je omgeving. Tegen een onzekere medewerker die overal aan twijfelt gedraag je je anders dan tegen iemand die het te hoog in zijn bol heeft. En tegen een cliënt die houdt van een directe aanpak doe je anders dan tegen een die wat meer small-talk nodig heeft. Er is niks onechts aan om rekening te houden met de behoeftes van anderen. Het wordt pas een probleem wanneer je je eigen doelen en waarden vergeet.

Want die heb je nodig als kompas. Authenticiteit vereist daarom allereerst dat je weet wie je bent en wat echt van waarde voor je is. Dat je ook je donkerste kanten kent en accepteert, omdat je niet volmaakt hoeft te zijn. Dat je nieuwsgierig en onbevangen naar jezelf kunt kijken, ook naar je zwakheden. Dat je open staat voor feedback die je misschien wel een rotgevoel geeft, maar waar je jezelf beter door leert kennen en jezelf door kunt ontwikkelen. Dat je dus niet defensief hoeft te reageren op kritiek. (De reactie "Ik ben tenminste mezelf" is een voorbeeld van een defensieve reactie, dus illustreert al direct het tegendeel). Deze openheid vereist een volstrekte overtuiging van je eigen integriteit. Alleen dan kun je met open vizier de wereld tegemoet treden.

 

* Deze column is verschenen in Het Financieele Dagblad en in het boek Ego’s en andere ongemakken.