ZELFTWIJFEL

Is de aanval de beste verdediging?

<br />
<b>Notice</b>:  Undefined variable: column in <b>/home/zelfkennis/public_html/wp-content/themes/roosvonk/page-templates/sub_image.php</b> on line <b>6</b><br />
Roos Vonk*
 
Stel je voor: je gaat weer in de bikini of de zwembroek, leve het voorjaar. Je hebt even een glimp in de spiegel geworpen en somber geconstateerd dat er iets te veel vet overhangt, maar dat moet toch kunnen. Al die modellen die worden gephotoshopped, daar moet je je niet mee vergelijken. “Kom op, je mag er wezen”, pep je jezelf op. In je badgoed kom je een goede vriendin tegen, die zegt: “Zo zo, jij durft! Daar mogen wel een paar pondjes af hè?

Misschien zeg je het niet tegen haar, misschien wel, maar hoe dan ook: je bent boos en gekwetst. Wat tactloos om zoiets te zeggen! En wie is zij nou helemaal, moet je haar zelf zien! Alsof het jou wat kan schelen wat zij vindt, die graatmagere anorektische neuroot, alsof dát lekker is!!

Dit verhaal zou ik in allerlei varianten kunnen vertellen. Het kan ook gaan over iemand die onzeker is over zijn werk, die twijfelt of hij het wel aan kan, en die vervolgens boos en beledigd is als hij kritiek krijgt op zijn werk. Of over iemand die zich te dom voelt om mee te praten met de vrienden van haar partner, en die explodeert wanneer de partner zegt “Daar weet jij toch niks van, liefje”.

Dit verhaal is er in vele vormen en varianten. Het is een universeel verhaal, iedereen kent het en iedereen snapt het. En toch zit er een raadselachtige tegenstrijdigheid in. Het uitgangspunt is simpel: mensen worden boos op iemand die hun het gevoel geeft dat ze niet goed genoeg zijn – niet slank, slim of lief genoeg bijvoorbeeld. De tegenstrijdigheid is dat dit vooral gebeurt wanneer die ander iets tegen je zegt wat je de hele tijd al tegen jezelf zegt! Juist iemand die elke dag tegen zichzelf in de spiegel zegt “Je bent te dik en je wordt oud”, zal boos worden wanneer een ander dat zegt. En iemand die altijd bezorgd is over de eigen capaciteiten, wordt woest of trekt zich minimaal terug in verbittering wanneer die capaciteiten door een ander in twijfel worden getrokken.

Kennelijk is het zo dat we vooral heftig reageren op kritiek die raakt aan onze eigen twijfels. De kritiek vindt als het ware binnenin de persoon een grote ruimte waar hij heerlijk kan resoneren en je kwellen. Dat doet pijn, en daar kom je tegen in verzet. Dat verzet richt zich op de veroorzaker; de ander die ‘begonnen’ is. Zonder te beseffen hoe groot het steentje is dat je zelf bijdraagt.

Aan de buitenkant zien we vaak alleen de boze, defensieve reactie of de tegenbeweging. (“Huh, ik heb tenminste een kont, waar is de jouwe?”) De knagende zelftwijfel laten mensen niet zien. Vaak zijn ze zichzelf daar niet eens van bewust. Misschien zit het verschil tussen zelfverzekerde en onzekere mensen alleen maar in de mate waarin ze hun twijfels kennen. Ik durf te beweren dat we allemaal ergens op de achtergrond bezorgd zijn of we wel goed genoeg zijn; of we wel verdienen dat anderen ons erkennen, liefhebben, waarderen. Dit te herkennen bij anderen en bij jezelf opent de deur naar de oplossing: compassie en verbondenheid.

 
 

* Deze column is verschenen in Psychologie Magazine en staat tevens in Ego’s en andere ongemakken, Scriptum, najaar 2009.